|
Kerstgedicht Er was geen plaats in de herberg. Een jong koppel, uit een andere streek, ongehuwd, zij hoogzwanger. Ook in het opvangcentrum mochten ze niet naar binnen. Zij werden van het kastje naar de muur gestuurd, van Pontius naar Pilatus door cynische bestuurders, door harteloze bewoners, door geldgierige eigenaren. Zij waren immers vreemd in deze streek, en arm. Daarom kraakten zij een leegstaand armoedig optrekje, zonder meubilair. Het leek wel een stal. Op een strooien matras die er lag beviel de jonge vrouw van een jongetje. Zij bleven er hokken tot zij er uitgezet werden. Niemand zou aan dit mensonterend voorval verder aandacht hebben geschonken, ware het niet dat de jongen later wereldberoemd is geworden vanwege zijn performances. Zo komt het dat deze gebeurtenis al meer dan twee millenia jaarlijks herdacht wordt op vijfentwintig december, het feest van de krakers. Herman J. Claeys
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
www.hermanclaeys.tk |